Na de sociale verkiezeingen trekt de krachtsopbouw zich opnieuw op gang richting IPO, ofte interprofessioneel overleg. Werkgevers en werknemers trachten er in de zogenaamde Groep van 10 tot een interprofessioneel akkoord (IPA) te komen, o.m. over de loonevolutie in de pivé-sector voor de komende twee jaar. De laatste jaren werd het overleg steeds moeilijker en moest de overheid vaak tussenbeide komen: met lastenverlagingen, met werkgelegenheidsbeleid of in extremis door zelf een loonnorm op te leggen. Die overheidstussenkomst werkt de facto in het nadeel van de werknemersorganisaties, was de centrale stelling die ik in 2006 heb willen aantonen in een scriptie met als titel 'twee is te weinig, drie is te veel'. Zowel vormelijk als inhoudelijk, en quasi onafhankelijk van de zittende regering, veranderde de overheid (m.i.v. de Europese budgettaire richtlijnen) de finaliteit van de uitruil. Productiviteitsstijgingen worden niet langer automatisch vertaald in loonsverhogingen. In het nieuwe 'neoliberale' overleg worden vakbonden vriendelijk maar kordaat uitgenodigd om de competitiviteit te vrijwaren in ruil voor vage tewerkstellingsengagementen, toegang tot het overleg en het behoud van enkele fordistische verworvenheden zoals de index. Mede onder impuls van het sociale protest naar aanleiding van het Generatiepact, de gunstige conjunctuur en de koopkrachtafname, loopt dit model op zijn laatste benen. Een structurele kentering in de Belgische loon-arbeidsverhoudingen dringt zich op, en is misschien al in zicht...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten